Regen, regen en nog eens regen! Dat was niet de afspraak. En toch, tja… grijs, nat en smeltende sneeuw. Meteen maar ingecheckt in het appartement en snel nog even de piste op. Weer of geen weer. De hoge liften zijn helaas gesloten vanwege de harde wind. Dat is in ieder geval iets; het waait! Na een vlugge eerste afdaling duiken we de kroeg in, ook geen verkeerde keuze want de after-ski is in volle gang. We houden nu al van Zweden, zoveel mag duidelijk zijn na de eerste ontmoetingen met de vrouwelijke locals.

Woord: Martijn van Hoek, Beeld: Tundratree.com

De weersvoorspellingen voor de volgende dagen zijn wat beter, het gaat weer vriezen en naast sneeuw is er ook ruimte voor de zon. En als klap op de vuurpijl is er het onmisbare ingrediënt: wind! Het gaat een straffe dertig knopen waaien. Gelukkig hebben we kleine kites meegenomen.

In de ochtend van de tweede dag ontmoeten we Carl, de sympathieke Zweedse kiteschoolhouder (kiteskola op z’n Zweeds, zo moeilijk is dat taaltje niet). Hij is geboren en getogen in de sneeuw en kent de bergen als zijn binnenzak. ‘s Zomers runt hij zijn kiteschool in Gotland en in de winter zit hij dus in Are. De perfecte match om ons wegwijs te maken in de Zweedse witte wereld.

Op een plattegrond laat Carl het gebied zien en duidt hij de verschillende kitespots. Voor beginners is het bevroren en besneeuwde meer ideaal om de eerste meters te maken, terwijl er voor gevorderde kiters glooiend landschap en ruige bergen in overvloed zijn. De meeste spots zijn makkelijk te bereiken en ook zijn er meerdere plateaus op verschillende hoogteniveaus met variërende settings, tot steile bergen aan toe. Ook zijn er volop poedervelden met maagdelijke sneeuw. Doe ons die maar Carl. We bekijken de laatste voorspellingen van Tøbiæs en besluiten om de volgende dag naar een afgelegen spot te gaan waar we met een beetje geluk fijne sneeuw vinden en ook grote kans hebben om wilde beesten te zien als rendieren, poolvossen en poolhazen. De laatste verwachtingen zijn gunstige behalve dan de sneeuwbuien. We spreken af om de volgende dag om half acht te vertrekken, op de sneeuwscooter. Alleen dat al is een jongensdroom.

In Nederland heb ik een keer eerder gesnowkite. Op het weiland van een boer. Een boze boer, welteverstaan. Een uur duurde het voordat hij achter ons aankwam, dus echte ervaring met snowkiten heb ik niet, en zeker niet in de bergen. Wel heb ik wat research gegaan op YouTube, en vooral het filmpje van die kiter die honderden meters ver vliegt heeft nogal indruk op me gemaakt. Ik vind het dan ook best spannend als we de volgende ochtend wakker worden en de windmeter op de berg naar de 40 knopen uitslaat en er buiten een heuse sneeuwstorm aan het huishouden is.

Een sms van Carl: “Het zicht is te slecht om te vertrekken”. We draaien ons dus nog een keer om maar in slaap vallen zit er voor mij niet meer bij. Om half 10 worden we uiteindelijk opgehaald, krijgen we walky-talkies voor het geval we elkaar kwijt raken in de bergen, en vertrekken we dan echt. Kitespullen, camera-attributen en voldoende proviand gaan op de aanhanger, zo ook filmmakers Stijn en Daniel van Tundra Tree, en vol gas zetten we koers naar ‘Renfjället’ (Rendier Berg). We razen door de sneeuw, kruisen ontdooide en snelstromende riviertjes en vliegen over bulten. We moeten ons stevig vasthouden maar genieten bovenal. We besluiten om tot voorbij de boomgrens te gaan. Al bijna een uur zijn we onderweg en op een paar rare witte vogels na hebben we niemand gezien. Het is hier verlaten, enorm wijds en adembenemend mooi.

Op een gegeven moment komen we boven op een berg op een soort plateau. Dit vlakke stuk ligt echter aan de voet van alweer de volgende berg. De wind gaat te keer, de sneeuw stuift op als zand in een Sahara storm en het geheel ziet er uit als een fantastisch witte speeltuin. De windmeter wijst 28 knopen aan, maar gelukkig is ‘ie constant. Ik kies voor mijn acht meter die ik goed moet depoweren.

Met mijn handschoenen aan loop ik mijn lijnen uit. Carl heeft m’n kite al opgepompt en er een flinke berg sneeuw opgelegd. Ondanks dat schuift ‘ie nog bijna weg. De ijzige ondergrond biedt weinig houvast en het waait gewoon echt heel hard. Als ik mijn lijnen bevestig moet ik mijn handschoenen uit doen. Een minuutje duurt het, twee hooguit, maar dat blijkt meer dan genoeg om mijn handen te bevriezen. Wat is het koud!

Lijnen gedubbelchecked, trapeze om, snowboard aan en klaar om te gaan. Het lijkt cameramannen Stijn en Daniel wel mooi als ik mijn kite zelf op laat. Tuurlijk, doe ik wel! Lijnen op spanning, een ruk aan een van m’n stuurlijnen en de kite begint te schuiven. Hij draait, kantelt en dan, boem! Vol de wind erin. Meteen vlieg ik naar voren en halve wind koers ik op de berg voor me af. Vet! Ik cruise wat op en neer en met nog een beetje angst in de benen kite ik voor het eerst de berg op. Bizar dit! Als in een sleeplift word ik omhoog getrokken. Ik ga hoger en hoger en ben verbaasd van het gemak waarmee het gaat. Als ik achterom kijk zie ik de rest tot stipjes worden. Beter draai ik om. Dat draaien gaat prima, maar dan. Bergaf met mijn verkeerde been voor, enorm ijzig door de weggewaaide sneeuw en m’n vlieger die mij precies richting dal trekt. Ik probeer grip te houden maar in plaats daarvan glij ik weg. Meters schuif ik naar beneden en mijn kont staat in de fik van de frictie met het ijs. Als ik richting een rotspartij glij raak ik even in paniek. Remmen op mijn board lukt niet en ik moet het dus van mijn vlieger hebben. Logisch natuurlijk en na dit besef stuur ik mijn vlieger vol naar rechts. Meteen sta ik stil. Fieeuw.

Iets langzamer dan gepland (en vooral minder stoer) board ik terug naar beneden. ‘Briljante shots!’ roept Stijn de cameraman, maar ik ben vooral blij dat alles goed is gegaan. ‘Nog een keer!’ hoor ik boven het gesuis van de wind uit. Vooruit dan maar. Weer omhoog, en hoger en hoger! Boven de wolken, zon in mijn gezicht en mijn kite die gestaag blijft trekken. Na weer eens over de top te zijn gegaan vind ik een wat meer beschutte vallei met poeder. Downwind (en bergaf) zweef ik door het poederveld. Hierna kruis ik op omhoog en ga nog een keer naar beneden. En nog een keer, en nog een keer. Wat een ervaring, ik kan er geen genoeg van krijgen en na een snelle lunch gaan we nog naar een andere spot waar ik mijn eerste sprongetjes waag en steeds agressiever durf te kiten. Wat een gave sport!

De hele middag spelen we door totdat de wind gaat liggen en de avond zijn intrede doet. Er drijven flinke donkere wolken onze richting op en gids Carl wordt bezorgd. We moeten zo snel mogelijk van de berg af om niet vast te komen zitten in de oprukkende storm. Via de walky-talky laat hij aan het basecamp weten dat we aan de terugweg gaan beginnen zodat men nog niet naar ons komt zoeken. Onderweg komen we een paar wilde rendieren tegen, ze lijken even nieuwsgierig als wij en blijven ons aanstaren. We zitten hier midden in de natuur. Na wat foto’s moeten we echt door. De afdaling is lang en stijl maar alles gaat goed. Dat wil zeggen, totdat de remmen ermee op dreigen te houden. Eén van ons komt met het lumineuze idee om de sneeuwscooter in z’n achteruit te zetten en op die manier te kunnen remmen. Dat in combinatie met Stijn en Daniel die aan de sneeuwscooter hangen en hun hakken in de sneeuw steken om de snelheid eruit te halen. Zo komen we er wel. Inmiddels is het pikkedonker geworden en het pad tussen de bomen door is smal. We zijn overgeleverd aan de skills van Carl, de hakken van Stijn en het licht van de koplamp van Daniel. Dolblij zijn we wanneer we weer op het bevroren meer terugkomen en we vol gas naar huis racen. Opgewonden, opgelucht en moe (maar voldaan!) komen we na een lange dag terug bij Camp Are waar we onze spullen in een hoek gooien, een douche nemen en de nodige biertjes opentrekken. Wat een avontuur!