Je kite ligt in het water en de golven hebben een herstart onmogelijk gemaakt. Je zou denken dat je door de golven wordt meegenomen naar het strand. Maar in plaats daarvan zie je de kust steeds verder van je af gaan. Dan heb je waarschijnlijk te maken met zeestroming. In situaties waarin we moeten zwemmen belanden we wel eens in zo’n gevaarlijke stroming en komen dan moeilijk aan de kant. Begrijpen hoe stromingen ontstaan is weten wat je in geval van nood moet doen. En vooral niet moet doen.
Door: Milo Extercatte
Iedere kiteboarder kan zwemmend in een stroming belanden: als je kite is gecrasht op zee en je kunt deze niet meer herstarten, moet je zwemmen. Dan kun je soms behoorlijk last hebben van de stroming. Je zwemt richting de kant, maar je komt niet vooruit. Een gevaarlijke situatie dus, met gevaar voor onderkoeling of zelfs verdrinking. Belangrijk is dat je dan rustig blijft en niet in paniek raakt. Laat je met de stroming meegaan, probeer er niet tegenin te zwemmen. Waar je voelt dat de stroming minder wordt, zwem je weer richting de kant: go with the flow.
Heb je je kite nog aan je leash zitten, probeer dan altijd eerst een ‘self-rescue’ te doen. (meer hierover is uitgelegd in Access #5, 2010). Liggend op de ‘leading-edge’ van je kite kom je dan met voldoende wind wel aan de kant, zij het door de stroming een stuk verderop. Lukt het je niet om alleen aan de kant te komen, en is er een andere kiteboarder in de buurt, vraag dan of hij je naar de kant wil slepen. Is er niemand op zee die je kan helpen, probeer dan hulp te krijgen vanaf het strand, door met je armen boven je hoofd te zwaaien. Zie je zelf dat iemand hulp nodig heeft, spring dan niet zelf in de gevaarlijke zeestroming, maar zoek een strandwacht of bel de Reddingsbrigade.
De Reddingsbrigade
Alleen al vorig jaar zijn ruim 300 mensen langs de Nederlandse kust uit levensbedreigende situaties gered. Ook in het geval van minder ernstige situaties staat de Reddingsbrigade klaar. In totaal hebben ze vorig jaar meer dan tienduizend keer hulpacties uitgevoerd. De Reddingsbrigade bewaakt de stranden tussen april en september.
Gevaarlijke muistromingen
Een sterke stroming die richting de zee gaat en je dus van het strand af ‘meesleurt’ is de zogenaamde ‘muistroom’ of ‘opper’. Deze ontstaat door geulen tussen de zandbanken, die haaks op de kust staan (muien). Via deze muien wordt overtollig water met hoge stroomsnelheid terug naar zee afgevoerd. Dit is onder andere water dat bij eb naar zee stroomt, of dat door de wind wordt opgestuwd tussen de banken, maar voornamelijk water dat door de golven over de banken wordt gespoeld.
Muien kunnen ontstaan rondom zandbanken door de natuurlijke getijdenstroom, maar ook door een pier of strekdam (golfbreker).

Als je wordt meegetrokken richting zee: blijf rustig en zwem met de muistroom mee totdat deze minder wordt. Zwem schuin weg en ga over zandbanken terug naar de kant.
Pas op voor golfbrekers
Strekdammen zijn aangelegd om de kust te beschermen en liggen om de paar honderd meter langs de kust, van Hoek van Holland tot Wassenaar en van Bergen tot halverwege Texel. Met hoog water zie je ze niet altijd liggen. Ook door te vallen op een golfbreker kun je je lelijk bezeren. Deze obstakels aan de kust zijn levensgevaarlijk!
Bij gevaarlijke muien staan vaak waarschuwingsborden en vlaggen. Rode vlag: Verboden te zwemmen. Gele vlag: Gevaarlijk zwemmen. Bij aflandige wind is de stroming in muien extra sterk. Een stroming kan wel oplopen tot zeven kilometer per uur (vier knopen), terwijl je zwemmend niet meer dan twee tot drie kilometer per uur haalt.
Andere gevaren
De ruimten tussen de zandbanken evenwijdig aan de kust heten ‘zwinnen’, ook hier moet je oppassen voor zijstroom richting de mui. Als je in het water staat kun je je enkel verzwikken als de mui opeens van enkele decimeters tot soms wel een meter diep wordt. Deze zwin wordt dieper uitgeschuurd als de wind evenwijdig is aan de kust. Het gevolg is: hoge banken aan de landzijde en diepe zwinnen. Door wind en waterstand veranderen muien en zwinnen voortdurend van plaats en diepte.
Zwin met afgeschuurde landkant, meer glooiend aan de zeekant.
Onderstroom
Los van deze verschillende soorten bovenstromen is er aan de kust ook nog een onderstroom waar je voor moet oppassen. Bij aanlandige wind gaat het oppervlaktewater richting strand. Dit water moet ook weer worden afgevoerd, dus gaat via de bodem weer terug richting zee. Bij aflandige wind is dit omgekeerd.
Dan zijn er ook nog ‘zopers’, sterke stromingen die evenwijdig lopen aan de kust en waar je nauwelijks tegenin kunt zwemmen. Deze stroming ontstaat wanneer de wind evenwijdig aan de kust waait. Ook het water langs de bodem gaat in dezelfde richting.

Boven- en onderstroom bij aanlandige- en aflandige wind. Zopers bij wind evenwijdigaan de kust.
Waar je op moet letten
Let altijd extra op als je een ander golfslagpatroon op het water ziet. Golven breken op zand, dus als ergens op zee opeens golven breken en je een witte schuimmassa ziet, zit daar een zandbank. Bij de muien is het dieper dus daar zullen golven niet breken, maar is de stroming sterker. Als je op een nieuwe spot gaat kiteboarden, informeer dan eerst bij andere kiteboarders of ‘locals’ naar de stroming en andere mogelijke gevaren onder water!

De haven bij Scheveningen op een dag met flinke stroming.
Soms is het ook gewoon de beste keuze om op het strand te blijven kijken.
