Ooit, in een ver verleden – 2002 – had ik mijn eerste kite-mare. Ik was enthousiast het water op gegaan in wissant, noordwestelijk Frankrijk. Het was eind april en het water was niet warmer dan een graad of negen tot tien. Het was voor mij, als beginnend kiteboarder, best een spannende plek: het Nauw van Calais. Je zag de krijtrotsen van Engeland aan de overkant liggen en enorme oceaanstomers voeren in het Kanaal voorbij.

Er stond een sterke stroming, maar ik kon hoogtelopen omdat het lekker doorwaaide. Er stond zo’n twintig tot vijfentwintig knopen. Tijdens mijn sessie merkte ik dat de wind begon te draaien. Maar ik had niet direct in de gaten dat het aflandig werd. Ik was de enige op het water. Mijn toenmalig lief vond het te ‘anders’ om het water op te gaan. Hij bleef liever op de kant kijken. Ik had het echter prima naar mijn zin. Totdat mijn kite crashte. Dat was toen een heel ander verhaal dan nu met kites die al herstarten als je er naar kijkt. In het begin maakte ik me geen zorgen. Ik wist wat ik moest doen. En dat deed ik netjes. Maar het werkte niet en ik werd recht het kanaal ingeblazen door de aflandige wind. Toen ik de mensen op de kant steeds kleiner en kleiner zag worden en de kite echt niet wilde herstarten, besloot ik dat ik het niet leuk meer vond. Ik begon mijn lijnen op te rollen en ik zwom tegelijkertijd naar mijn kite om hem leeg te laten lopen. Ik wilde naar de kant zwemmen. Dat ging helemaal mis. De lijnen wikkelden zich door de sterke stroming rond mijn benen. Ik kon haast niet meer zwemmen en kreeg het ijskoud. Paniekerig begon ik te schreeuwen, mijn lief zag dat ik in nood was en dook zonder aarzelen in zijn gewone kleren het koude water in. Terwijl hij mij redde, raakte hij bijna onderkoeld. Door het trekken aan de kite, sneden de lijnen in mijn enkels. Het was een treurige bedoening toen we weer veilig op de kant stonden: bloedende enkels en een blauwe jongen…

Nu – als ervaren kiteboarder in 2011 – heb ik eigenlijk nooit meer van dat soort gekke dingen. Op een nieuwe plek ben ik het eerste half uur altijd even voorzichtig. Gewoon beetje checken hoe de spot, de wind en het water zijn. Pas als ik me weer vertrouwd voel met de omstandigheden ga ik goed los. Behalve heel soms, af-en-toe, als er anderen keihard aan het rammen zijn. Dan maakt zich een kinderachtig gevoel van mij meester en krijg ik Bewijsdrang. Zo ook afgelopen maandag twee mei. we kwamen aan in IJburg en het waaide flink door, zo’n knoop of vijfentwintig. Er was een gast dikke kiteloops aan het trekken. En ja hoor, ik kreeg het weer: Bewijsdrang. Dus voordat ik goed en wel aan de gang was, begon ik met uithaken. Resultaat: vlak voor een randje stenen met daarachter auto’s had ik mijn kite pas weer onder controle. Hmm, niet zo relaxt… dan maar een vette kiteloop-backloop wat verder uit de kant. Dat ging out-of-control veel te hard en te hoog door een vette vlaag. Ik landde met een enorme klap op het water, mijn ene voet schoot uit mijn voetband en mijn andere voet sloeg keihard tegen mijn rail. Het board schoot weg als een pijl uit een boog en ramde van achter tegen mijn hoofd. Resultaat: een flinke snee en een enorm ei op mijn voet. Geweldig, ik had welgeteld tien minuten op het water gestaan. Gelukkig bleek het allemaal mee te vallen. Toch zijn ze ergens goed voor, die kitemares: stoere verhalen op windstille dagen. Let maar op, als één iemand begint…

Door: Marije den Breems