Golven? Dat is niets voor mij. Doe mij maar Oostvoorne, lekker vlak. Ik hoor het mijzelf nog zeggen, vorig jaar. Daar kwam verandering in na aantal malen downwinders (tussen Scheveningen en Zandvoort) te hebben gemaakt met het team van Kitesurfschool.nl. Golfrijden trok steeds meer mijn aandacht. In de zomer zou ik mijn studie coastal engineering afronden, een overwintering in Kaapstad (Blouberg) paste perfect in de planning. In de collegebanken trokken golven in het algemeen mijn aandacht al, maar nu was het dan tijd voor wat praktijkervaring.

Door: Suzanne Kuiper. Beeld: Stefan van der Kamp.

Mijn eerste aankoop in Zuid-Afrika was dan ook een directional. Daar stond hij tegen de muur, mijn eerste waveboard, een Naish Global Wave Custom. Het oefenen kon beginnen. Na een aantal weken kreeg ik het draaien op de golf aardig onder de knie en viel ik niet meer na elke gijp in het water. Het was tijd om wat echte barrels te rijden. In Blouberg lieten de grote bakken nog op zich wachten, Cape Point (Platboom) werd het alternatief. Niet de makkelijkste plek om te beginnen, aangezien de vele rotsen en de schuin aflandig wind altijd erg gusty is.

Die dag op Cape Point kwamen er mooie setjes binnen met golven van ongeveer drie meter hoog, maar de wind was erg hard en vlagerig. Ik was niet helemaal overtuigd of ik hier al aan toe was. Ik had namelijk geen zin om gespoeld te worden en op de rotsen te belanden. Maar na wat instructies van Harry Vogelezang over hoe en waar ik het beste kon varen, ging ik het toch proberen. Al was het alleen maar voor de foto. Met veel adrenaline ging ik op de eerste golf af. Een keer draaien op de golf en hup er weer af, voordat ik op de rotsen belandde. Dit gaf een kick zeg, dat smaakte naar meer. Deze wavesessie had definitief de honger naar golven aangewakkerd.

Een aantal weken na de dag op Cape Point was het dan eindelijk zo ver. Er kwam goede swell aan in Blouberg. Deze dag begon op Sunset, waar mooie setjes binnen rolden met golven van twee meter hoog. Met mijn golfrijden had ik in de tussentijd ook progressie geboekt. Ik had de golven beter leren timen en ook kon ik nu meer turns maken op een golf. Een heerlijk gevoel gaf dat. Nog napuffend van de eerst wavesessie van de dag, stelde Andre zich aan mijn voor. “Hoi, ik ben Andre, zin om mee te gaan downwind naar het Endless Summer Beachhouse?” “Oelala… daar zeg ik geen nee tegen.” Met een klein beetje naïviteit begon ik aan de downwinder. Onderweg werden de golven namelijk nog iets hoger. Zo hoog had ik ze nog niet gehad. Voordat ik mij dat realiseerde bouwde zich voor mij een golf op. Hup er naar toe, deze kon wel eens heel mooi en clean worden. Zonder na te denken dropte ik in. “Aaaahhhh…” de hele rit bleef ik gillen. Aan de kant aangekomen kreeg ik spontaan de slappe lach van de zenuwen. Wat was deze hoog en steil, zeker vier meter als het niet meer was. Met nog meer adrenaline in mijn lijf dan ik al had maakte ik de downwinder af.

“Dat ging wel lekker, Suus! Ga je mee verder downwind naar Haakgat?” “Eh, Haakgat met die pointbreak? Als het hier al zo hoog is, zal het verderop wel helemaal spoken.” Ik wist dat ik het lot niet twee keer moest tarten, maar grenzen zijn er om verlegd te worden. Of niet! Gaandeweg ging het eigenlijk alleen maar smooter. De lijnen waren duidelijk en tussen de golven kon je makkelijk weer naar buiten. Ik kon niet stoppen en wilde ze allemaal wel rijden. Net voor Haakgat viel de wind weg, dus we hielden het voor gezien. Dit was echt de beste rit van mijn leven.

De volgende dag ging ik op roadtrip richting Jeffrey’s Bay met onder andere Chris Immers. De opbouwende golven brandden werkelijk op mijn netvlies. Elke keer als ik wegdommelde in de auto zag ik ze weer opdoemen. Teruggekomen van de roadtrip, arriveerde Stefan van der Kamp ook in Kaapstad. Hij viel meteen met de neus in de boter, aangezien er voor die week goede swell voorspeld was. Mijn alarmbellen begonnen te rinkelen. “Chris, Stefan, morgen negen uur Haakgat!” Het zou daar wel eens kunnen werken. De wind is daar altijd een tikje aflandig en als de golven daar hoog genoeg zijn, ontstaat er op die spot een hele mooie pointbreak. Wij waren niet de enige groep met dat idee. Er waren verschillende merken met hun teams op het water. Het RRD-team had zelf een jetski in het water om de rijders te filmen. De setjes die binnen rolden waren dan ook mooi hoog en clean. Haakgat werkte, daar was geen twijfel over mogelijk. Ik had golven nog nooit zo hoog gezien in real-life. Ze waren zeker wel vier tot vijf meter.

Een beetje gespannen ging ik het water op. Het wou maar niet echt lukken. De ene keer had ik te weinig snelheid en bleef ik achter de golf en de andere keer had ik te veel snelheid en werd ik van de golf vandaan getrokken. Ik kon maar beter stoppen, deze golven waren te groot voor mij. Op de kant zag ik de pro’s rippen op de golven. Dat wilde ik ook! Ik benaderde de golven waarschijnlijk te voorzichtig. Ik hield me voor het nog een keer te proberen en dan met wat meer agressie. Dan werd ik maar gespoeld, het was maar water. Toch?

Mijzelf oppeppend ging ik het water weer op. Een mooie golf bouwde zich op. “Deze ga ik pakken!” Ik benaderde de golf met veel snelheid. Ik zat er precies goed op. Een scherpe topturn en ik surfte er met de juiste snelheid af. Nu kon ik hem nog een keer nemen. De golf brak in het midden. Ik kon er omheen varen en pakte hem nog een keer en nog een keer. Wat een rit! “Hoezo deze golven zijn te hoog voor mij? Dit maakt mij alleen maar hongeriger.”